UITBREIDING VAN HET ROUWVERLOF

Tot voor kort kende de wet aan een werknemer 3 dagen rouwverlof toe op kosten van de werkgever (onder de vorm van klein verlet) in geval van overlijden van bepaalde personen die met de werknemer verwant zijn.

Op 15 juli 2021 is een wet gepubliceerd - die bijgevolg op 25 juli 2021 in werking zal treden - om het bovengenoemde rouwverlof te verlengen in geval van overlijden van :

  • de echtgenoot of echtgenote of samenwonende partner,
  • een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner,
  • een pleegkind in het kader van een langdurige pleegzorg op het moment van overlijden of in het verleden.

In deze gevallen wordt het rouwverlof met ingang van 25 juli 2021 verlengd tot 10 afwezigheidsdagen betaald door de werkgever (in plaats van 3).

  1. Principe

Zoals hierboven vermeld, zullen voortaan 7 extra dagen rouwverlof worden toegekend aan werknemers die te maken krijgen met het overlijden van een gezinslid (zie supra).

  1. Modaliteiten

De eerste 3 afwezigheidsdagen moeten worden opgenomen tussen de datum van overlijden en de dag van de begrafenis, terwijl de resterende 7 dagen binnen een jaar na het overlijden door de werknemer naar vrije keuze kunnen worden opgenomen.

Op verzoek van de werknemer en met instemming van de werkgever kunnen deze dagen echter op een ander tijdstip worden opgenomen dan door de wet voorzien.

  1. Samenvatting

De regels die nu van toepassing zijn op het rouwverlof kunnen als volgt worden samengevat :

Reden van de afwezigheid

Duur van de afwezigheid

Overlijden van de echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner, van een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner, of overlijden van een pleegkind in het kader van een  langdurige pleegzorg op het moment van overlijden of in het verleden

10 dagen, waarvan 3 dagen door de werknemer te kiezen binnen de periode die begint op de dag van overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis en 7 extra dagen door de werknemer te kiezen binnen een periode van een jaar na de dag van overlijden

Overlijden van de vader,  moeder,  schoonvader, stiefvader ,  schoonmoeder, stiefmoeder van de werknemer of van diens echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner

3 dagen te kiezen door de werknemer binnen de periode die begint op de dag van overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis

Overlijden van de pleegvader of pleegmoeder van de werknemer in het kader van langdurige pleegzorg op het tijdstip van overlijden

3 dagen te kiezen door de werknemer binnen de periode die begint op de dag van overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis

Overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, grootvader, grootmoeder, kleinkind, overgrootvader, overgrootmoeder, achterkleinkind, schoonzoon, schoondochter van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner, die bij de werknemer inwoont

2 dagen door de werknemer te kiezen binnen de periode die begint op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis

Overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, grootvader, grootmoeder, kleinkind, overgrootvader, overgrootmoeder, achterkleinkind, schoonzoon of schoondochter van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner, die niet bij de werknemer inwoont

1 dag op te nemen door de werknemer op de dag van de begrafenis

Overlijden van een pleegkind  van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner in het kader van kortdurende pleegzorg op het moment van het overlijden

1 dag op te nemen door de werknemer op de dag van de begrafenis

  1. Gevolgen van arbeidsongeschiktheid onmiddellijk na het rouwverlof

Er is ook voorzien in een speciale regeling voor gevallen van arbeidsongeschiktheid onmiddellijk na het rouwverlof bij overlijden van een echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner, een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner, of bij overlijden van een pleegkind in het kader van langdurige pleegzorg op het ogenblik van overlijden of in het verleden.

In dat geval bepaalt de wet dat het rouwverlof aangerekend wordt op de periode van 30 dagen gewaarborgd loon, te rekenen vanaf de vierde dag van het klein verlet.

Als een werknemer bijvoorbeeld 10 dagen rouwverlof opneemt bij het overlijden van zijn echtgenote en vervolgens 30 dagen arbeidsongeschikt is, wordt hij als volgt vergoed:

  • 3 dagen rouwverlof
  • 7 dagen aanvullend rouwverlof
  • 23 dagen gewaarborgd loon

Op grond van deze bepaling kunnen de aanvullende dagen rouwverlof ten laste van de werkgever en de dagen gewaarborgd loon, samen  slechts maximum 30 dagen bedragen.

  1. Gevolgen van bepalingen op sector- of ondernemingsniveau

Het is belangrijk om mee te geven dat er op sector- of ondernemingsniveau altijd in gunstigere regels kan worden voorzien. U kunt als werkgever dus ook gunstigere regels voorzien voor uw werknemers.

Indien u tenslotte nog vragen heeft over deze news, kunt u uiteraard contact opnemen met de juridische dienst via het e-mailadres legal@ssn.be zodat zij u de gevraagde informatie kunnen verstrekken.

By Solange Duriau
Legal Advisor