WERKNEMERS KUNNEN OPNIEUW GEBRUIK MAKEN VAN HET VACCINATIEVERLOF

Werknemers, die zich willen laten vaccineren tegen het COVID-19-coronavirus, kunnen (retroactief) vanaf 1 oktober 2022 opnieuw van het werk afwezig zijn met behoud van loon. Hiertoe werd op 21 november 2022 een wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Vanaf 9 april 2021 tot en met 30 juni 2022 konden werknemers, met behoud van loon afwezig zijn op het werk om zich te laten vaccineren tegen het COVID-19-coronavirus. Deze regeling werd niet verlengd tijdens de zomermaanden, maar wordt nu, met het oog op de herfstbooster, opnieuw ingevoerd voor werknemers die zich tussen 1 oktober 2022 en 31 december 2022 (behoudens een eventuele verlenging) hebben laten of nog wensen te vaccineren en hiervoor afwezig waren of nog zullen zijn van het werk.

Hieronder brengen we de toepasselijke principes graag in herinnering.

  1. In welke situaties kan de werknemer zich beroepen op het vaccinatieverlof?

Een werknemer kan in eerste instantie een beroep doen op het verlof wanneer hij tijdens de werkuren afwezig is van het werk om zichzelf te laten vaccineren. Ook wanneer hij optreedt als begeleider van een persoon, kan hij zich hier in bepaalde gevallen op beroepen. Dit is meer bepaald zo wanneer hij een minderjarig kind met wie hij samenwoont, een meerderjarig persoon met een handicap waarvan hij ouder of voogd is of een persoon waarover hij het wettelijk voogdijschap uitoefent, begeleidt naar een vaccinatieplaats om zich te laten vaccineren tegen COVID-19.

  1. Duur van de afwezigheid

De werknemer kan van het werk afwezig zijn om zich te laten vaccineren tegen het COVID-19-coronavirus met behoud van loon ten laste van de werkgever voor de tijd die nodig is voor de vaccinatie. Dit houdt zowel de tijd die wordt doorgebracht in het vaccinatiecentrum in als de reistijd van en naar het vaccinatiecentrum.

  1. Formaliteiten

Wanneer de vaccinatie van de werknemer plaatsvindt tijdens zijn werkuren en hij hiervoor een beroep wenst te doen op het vaccinatieverlof, dient hij zijn werkgever van tevoren in kennis te stellen van zodra hij op de hoogte is van het tijdstip of het tijdsslot van de vaccinatie.

Hij dient echter niet spontaan een bewijs van zijn afwezigheid af te leveren aan de werkgever. Enkel indien de werkgever de werknemer erom verzoekt dient hij te bewijzen dat hij het recht op klein verlet gebruikt om zichzelf of de persoon die hij begeleidt te vaccineren.

  1. Wordt de privacy van de werknemer beschermd?

Het spreekt vanzelf dat de werkgever de verkregen informatie alleen mag gebruiken voor de organisatie van het werk en voor een correcte loonadministratie.

De werkgever mag in geen geval:

  • een kopie nemen van de bevestiging van de afspraak, onder welke vorm dan ook ;
  • handmatig de daarin vervatte informatie neerpennen, met uitzondering van het tijdstip van de afspraak;
  • de reden voor het klein verlet noteren en/of noteren dat de werknemer gezondheidsproblemen heeft.

De verleiding voor sommige werkgevers, om een lijst op te stellen van hun gevaccineerde werknemers, zou groot kunnen zijn. Dit is ten strengste verboden, zij kunnen de afwezigheid van de werknemer alleen registreren als “klein verlet”.

  1. Praktisch

Indien een werknemer zich voor de publicatie van de wet, maar na de (retroactieve) inwerkingsdatum van het vaccinatieverlof, meer bepaald tussen 1 oktober 2022 en 20 november 2022, reeds heeft laten vaccineren tijdens de werkuren, dan zal deze afwezigheid, alsnog als klein verlet opgenomen moeten worden in de lonen indien de werknemer u dit vraagt. In geval van twijfel, kan u uiteraard steeds een bewijs opvragen dat de werknemer het verlof effectief gebruikt heeft voor het doel waarvoor het is toegestaan.

Als u vragen heeft over deze news, kunt u altijd contact opnemen met de juridische dienst via legal@ssn.be.

 

 

By Laetitia Roelandts
Legal Advisor