SECTORAKKOORD PC 100
Er werd een sectorakkoord gesloten binnen het Aanvullend Paritair Comité voor arbeiders (PC 100) voor de periode 2025-2026.
In onderstaande News vindt u meer informatie over de belangrijkste elementen van dit akkoord.
- Suppletieve regeling van loonindexering
Er werd voor de periode 2025-2027 een regeling van loonindexering ingevoerd die van toepassing is op arbeiders van ondernemingen waarin geen regeling van loonindexering wordt toegepast en van wie het uurloon hoger is dan het minimumuurloon van de sector:
- het bedrag van het vast uurloon wordt op 1 januari 2026 aangepast in functie van de reële evolutie van het afgevlakte gezondheidscijfer in het jaar 2025, berekend als volgt: het rekenkundige gemiddelde van de afgevlakte gezondheidsindexcijfers van november en december 2025 in verhouding van het rekenkundig gemiddelde van de afgevlakte gezondheidsindexcijfers van november en december 2024;
- het bedrag van het vast uurloon wordt op 1 januari 2027 aangepast in functie van de reële evolutie van het afgevlakte gezondheidsindexcijfer in het jaar 2026, berekend als volgt: het rekenkundige gemiddelde van de afgevlakte gezondheidsindexcijfers van november en december 2026 in verhouding van het rekenkundig gemiddelde van de afgevlakte gezondheidsindexcijfers van november en december 2025.
- het bedrag van het vast uurloon wordt op 1 januari 2028 aangepast in functie van de reële evolutie van het afgevlakte gezondheidsindexcijfer in het jaar 2027, berekend als volgt: het rekenkundige gemiddelde van de afgevlakte gezondheidsindexcijfers van november en december 2027 in verhouding van het rekenkundig gemiddelde van de afgevlakte gezondheidsindexcijfers van november en december 2026.
Loonsverhogingen of andere nieuwe voordelen die in 2025 werden toegekend, of die in 2026 en 2027 zullen worden toegekend, kunnen in mindering worden gebracht van de hierboven voorziene loonaanpassingen
- Jaarlijkse premie
De jaarlijkse premie wordt pro rata berekend op basis van de effectieve en gelijkgestelde prestaties tijdens het kalenderjaar.
Het sectoraal akkoord bepaalt dat vanaf 1 januari 2026 het profylactisch verlof en borstvoedingsverlof worden gelijkgesteld met effectieve prestaties voor de berekening van de premie, bovenop de reeds gelijkgestelde schorsingsperiodes.
Ter herinnering, de reeds gelijkgestelde schorsingsperiodes zijn: jaarlijkse vakantie, wettelijke feestdagen, kort verzuim, moederschapsverlof, vaderschapsverlof, beroepsziekte, arbeidsongevallen, dagen arbeidsduurvermindering, 60 dagen ziekte of ongeval, een maximum van 20 dagen tijdelijke werkloosheid (ongeacht het stelsel) per kalenderjaar.
- Minimumuurloon
Zoals reeds vermeld in onze news van begin maart, werden verschillende aanpassingen doorgevoerd met betrekking tot het minimumuurloon, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026:
- Het sectorminimumuurloon van categorie 1 werd verhoogd tot 13,0816 EUR;
- de categorieën 2 en 3 werden afgeschaft en categorie 4 werd de nieuwe categorie 2. De leeftijdsvoorwaarde (minstens 22 jaar oud zijn) voor deze categorie wordt geschrapt.
Daarnaast is het bedrag van categorie 1 en van de nieuwe categorie 2 op 1 april 2026 verhoogd met een nominaal bedrag identiek aan de op die datum voorziene verhoging van het GGMMI.
Bovendien is het specifieke barema voor jongeren (arbeiders jonger dan 18 jaar) afgeschaft vanaf 1 april 2026.
Ten slotte hebben we een fout opgemerkt in de indexering van de lonen van januari 2026. Alleen de baremalonen werden namelijk geïndexeerd, terwijl ook de effectieve lonen geïndexeerd hadden moeten worden. We voeren daarom de correcties door, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026, zonder kosten, in de loop van de maand april.
- Tijdskrediet
Voor de periode 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2029, kunnen bepaalde werknemers - afhankelijk van hun anciënniteit - voltijds of halftijds tijdskrediet opnemen:
- tijdskrediet met motief 24 maanden voltijds of halftijds;
- tijdskrediet met motief 36 maanden voltijds of halftijds voor arbeiders met minstens 5 jaar anciënniteit in de onderneming;
- tijdskrediet met motief 51 maanden voltijds of halftijds voor arbeiders met minstens 5 jaar anciënniteit in de onderneming.
Het systeem van tijdskrediet is verlengd van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2029 voor 1/5e tijdskrediet eindeloopbaan vanaf 55 jaar en voor halftijds tijdskrediet eindeloopbaan vanaf 55 jaar.
De aanmoedigingspremies van de Vlaamse Gemeenschap blijven eveneens behouden.
- Klein verlet
Klein verlet geeft de werknemer het recht om afwezig te zijn met behoud van normaal loon bij bepaalde familiale gebeurtenissen of om bepaalde burgerlijke verplichtingen na te komen.
Vanaf 1 januari 2026 worden op sectoraal niveau twee dagen klein verlet toegevoegd in de volgende twee situaties van klein verlet (rouwverlof):
- Bij overlijden van de echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner van de werknemer, een kind van de werknemer of van zijn/haar echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner: de werknemer heeft recht op 12 dagen rouwverlof (voorheen 10 dagen).
- Bij overlijden van de vader of moeder van de werknemer of van zijn/haar echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner: de werknemer heeft recht op 5 dagen rouwverlof (voorheen 3 dagen).
- Mobiliteit
Vanaf 1 januari 2026 is de tussenkomst van de werkgever in de prijs van een NMBS-treinabonnement voor woon-werkverkeer verhoogd tot 80% van de prijs van een tweede klasse abonnement. Het wordt aanbevolen dat ondernemingen een derdebetalersregeling voor het treinvervoer afsluiten met de NMBS, waarbij 20% door de overheid wordt gedragen.
Vanaf 1 oktober 2026 zal aan een regelmatige gebruiker van de fiets voor woon-werkverkeer een fietsvergoeding van 32 cent/km (in plaats van 27 cent/km), met een maximum van 12,80 EUR per gewerkte dag (maximum 40 km heen en terug), toegekend worden.
- Andere punten
- In het kader van de re-integratie van langdurig zieke werknemers willen de sociale partners het reglementair kader extra onder de aandacht brengen door de werkgevers en werknemers in de sector via OpFo100 good practices, instrumenten, etc. aan te reiken, alsook een brede campagne rond de problematiek te organiseren.
- De sociale partners moedigen de ondernemingen aan om, wanneer zij telewerk implementeren of het kader inzake telewerk fundamenteel wijzigen, dit onderwerp gedurende de looptijd van het akkoord op te nemen in de sociale dialoog op ondernemingsniveau. Er werd een lijst opgesteld met onderwerpen die daarbij aan bod kunnen komen.
- De werkgeversbijdrage aan het Fonds (OpFo100) wordt voor de periode van 1 april 2026 tot 31 december 2027 verhoogd tot 0,15% van de brutoloonmassa van de werknemers met een arbeidsovereenkomst, inclusief de 0,10% ten gunste van de risicogroepen. De sociale partners willen via OpFo100 sterker investeren in opleiding, knelpuntberoepen, digitalisering, de re‑integratie van langdurig zieken (zie hoger), inclusie en diversiteit.
- Verlengen van de bestaande akkoorden inzake overuren:
- De interne grens van de arbeidsduur die moet worden gerespecteerd bedraagt 156 uren;
- Het aantal overuren waarvoor de werknemer kan afzien van inhaalrust bedraagt 143 uren.
***
Indien u bijkomende vragen zou hebben over de inhoud van het sectorakkoord kan u ons steeds contacteren via legal@ssn.be.

