EEN WERKGELEGENHEIDSPLAN VOOR 45-PLUSSERS OPMAKEN: OOK VERPLICHT BINNEN UW ONDERNEMING?
Om ervoor te zorgen dat oudere werknemers langer aan het werk blijven, werd de CAO 104 afgesloten in de NAR. Deze CAO legt sinds 2013 de verplichting op voor alle werkgevers met meer dan 20 werknemers om een werkgelegenheidsplan voor 45-plussers op te stellen. Het doel van dit plan is om het aantal werknemers van 45 jaar en ouder in de onderneming te behouden of te verhogen.
- Toepassingsgebied
Elke onderneming met meer dan 20 werknemers dient een werkgelegenheidsplan op te stellen waarin maatregelen opgenomen worden om de tewerkstelling van oudere werknemers te behouden of te bevorderen.
Om het aantal werknemers te bepalen moet rekening gehouden worden met het aantal werknemers in voltijdse equivalenten én met het aantal uitzendkrachten in voltijdse equivalenten in de onderneming op de eerste werkdag van het kalenderjaar waarin het werkgelegenheidsplan wordt opgesteld.
De berekening van het aantal werknemers gebeurt op de eerste werkdag van het kalenderjaar en dit telkens voor een periode van 4 jaar. De berekening moet dus maar 1 keer om de 4 jaar gebeuren. De vorige berekeningen gebeurden op de eerste werkdag van 2013 en 2017. Dit betekent bijgevolg dat er op de eerste werkdag van 2021 voor alle ondernemingen een nieuwe telling van het aantal werknemers moet gebeuren.
Werkgevers die begin 2021 meer dan 20 werknemers tewerkstelden, zijn verplicht om een werkgelegenheidsplan op te stellen voor de komende periode van 4 jaar, namelijk van 2021 tot en met 2024. Deze verplichting blijft gelden als het personeelsbestand in de loop van de komende jaren onder de 20 zou dalen. Het feit dat er binnen de onderneming reeds een werkgelegenheidsplan werd opgesteld in het verleden, is hierbij ook niet meer van belang.
Wanneer de onderneming op het ogenblik van de telling onder de drempel van 20 voltijdse equivalenten blijft, dan is deze voor de volgende 4 jaar vrijgesteld van de verplichting om een werkgelegenheidsplan op te stellen.
De volgende telling zal hoe dan ook opnieuw moeten gebeuren op de eerste werkdag van 2025.
- Inhoud van het plan
In het werkgelegenheidsplan wordt een overzicht gegeven van de maatregelen die op ondernemingsniveau worden genomen om de werkgelegenheid van de werknemers van 45 jaar en ouder te behouden of te verhogen.
Het kan gaan om maatregelen die nu reeds toegepast worden binnen de onderneming of om maatregelen die nieuw ingevoerd worden.
Om de maatregelen te gaan bepalen, kan de werkgever zich baseren op een (niet-limitatieve) lijst van actiegebieden die opgenomen zijn in cao 104:
- De selectie en indienstneming van nieuwe werknemers;
- De ontwikkeling van de competenties en kwalificaties van de werknemers, met inbegrip van de toegang tot opleiding;
- De loopbaanontwikkeling en loopbaanbegeleiding binnen de onderneming;
- De mogelijkheden om via interne mutatie een functie te verweren die is aangepast aan de mogelijkheden en de competenties van de werknemer;
- De mogelijkheden voor een aanpassing van de arbeidstijd en de arbeidsomstandigheden;
- De gezondheid van de werknemer, de preventie en het wegwerken van fysieke en psychosociale belemmeringen om aan het werk te blijven;
- De systemen van erkenning van verworven competenties.
Een werkgever kan kiezen om jaarlijks een werkgelegenheidsplan op te stellen of om een meerjarenplan op te maken.
- Informatie en raadplegingsprocedure
De werkgever moet het ontwerp van werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers voorleggen aan de ondernemingsraad, de vakbondsafvaardiging, het CPBW of de werknemers zelf. Deze bespreking moet gebeuren binnen de 3 maanden na de afsluiting van het boekjaar. Voor de meeste ondernemingen is dit dus tegen 31 maart 2021.
De werknemersvertegenwoordigers (OR, VA of CPBW) kunnen binnen 2 maanden na de ontvangst van het plan een advies uitbrengen. Wanneer de werkgever dit advies niet volgt, dan moet de werkgever deze beslissing binnen de 2 maanden toelichten.
Ondernemingen met meer dan 20 en minder dan 50 werknemers zonder vakbondsafvaardiging moeten het plan gewoon ter informatie aan de werknemers bezorgen.
Na afloop van het werkgelegenheidsplan moet de werkgever de werknemersvertegenwoordigers of de werknemers zelf informeren over de resultaten van de maatregelen. Bij een meerjarenplan moet de werkgever bovendien jaarlijks verslag uitbrengen van de voortgang van de maatregelen uit het werkgelegenheidsplan.
- Bewaringsplicht
De werkgever moet het werkgelegenheidsplan gedurende 5 jaar bewaren en op verzoek van de inspectie kunnen voorleggen. Een werkgever die geen werkgelegenheidsplan opmaakt, riskeert een strafrechtelijke of een administratieve geldboete.
- Praktisch
Wanneer u voldoet aan de hierboven vermelde voorwaarden, bent u verplicht om een werkgelegenheidsplan op te stellen. Desgevallend kan u op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg een modeldocument downloaden via volgende link: model van werkgelegenheidsplan.
Mocht u nog vragen hebben en/of hulp wensen bij de opmaak van het werkgelegenheidsplan, kan u steeds contact opnemen met de juridische dienst via legal@ssn.be.

