VRAAG VAN DE MAAND: NOVEMBER 2020

Er komt een voltijdse dienstbetrekking vrij in mijn onderneming en een deeltijdse werknemer geeft aan dat hij bij voorrang aanspraak kan maken op deze dienstbetrekking. Klopt dit? Wat indien ik hem geen voorrang verleen?

1. Principe

Wanneer u over een vrije dienstbetrekking beschikt in uw onderneming, maken deeltijdse werknemers in uw onderneming bij voorrang aanspraak op deze dienstbetrekking indien cumulatief aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • een schriftelijke aanvraag werd door de deeltijdse werknemer bij de werkgever ingediend voor het bekomen van de vacante voltijdse betrekkingen of deeltijdse betrekkingen die hem een arbeidsregeling met meer arbeidsuren zouden bezorgen;
  • de in de onderneming vacante dienstbetrekking is een functie die gelijkaardig is aan deze die door de deeltijdse werknemer wordt uitgeoefend en deze laatste bezit over de vereiste kwalificaties om deze functie uit te oefenen.

2. Ontvangstbevestiging van het verzoek van de werknemer

Nadat de werkgever het schriftelijke verzoek van de deeltijdse werknemer heeft ontvangen, dient hij hiervan schriftelijk de ontvangst te bevestigen en aan te geven dat hij vanaf dat ogenblik iedere vacante betrekking zal meedelen waarvoor hij over de vereiste kwalificaties bezit en die overeenstemt met de functie die hij reeds uitoefent in de onderneming.

Zoals hierboven reeds gemeld, geniet de werknemer bij gebreke aan schriftelijk verzoek geen voorrang en dient de werkgever geen enkele procedure te volgen.

3. Procedure en formaliteiten die de werkgever in acht moet nemen, wanneer hij de kennisgeving van een vacante betrekking verricht

Bij een vacante dienstbetrekking in uw onderneming, dient de deeltijdse werknemer die een verzoek heeft ingediend hiervan schriftelijk ter kennis te worden gebracht (per aangetekend schrijven of overhandiging van een geschrift dat voor ontvangst wordt afgetekend) binnen een termijn van een maand die ingaat de dag volgend op de dag waarop de betrekking vacant is geworden.

De kennisgeving dient ook bepaalde verplichte vermeldingen te bevatten en dient op papier of elektronisch te worden bewaard gedurende een periode van 7 jaar.

Gelieve tot slot te noteren dat de werkgever deze kennisgeving enkel moet verrichten indien de vacante betrekking tot gevolg heeft dat de arbeidsregeling van de deeltijdse werknemer gedurende een ononderbroken periode van ten minste één maand wordt verhoogd.

Indien een deeltijdse werknemer dergelijk verzoek indient, kan u steeds contact opnemen met onze juridische dienst (Legal@ssn.be) die u zal begeleiden bij deze procedure.

4. Aangifte bij de RVA

Deze procedure strekt er namelijk toe de deeltijdse werknemers te kunnen controleren die, voor de niet-gepresteerde uren, een aanvulling van de RVA ontvangen genaamd “inkomensgarantie-uitkering” (IGU). Werklozen die aangeworven worden met een deeltijdse arbeidsovereenkomst kunnen inderdaad, onder bepaalde voorwaarden – onder andere het blijven zoeken naar een voltijdse dienstbetrekking – bovenop hun loon een IGU ontvangen van de RVA.

Desgevallend zal de RVA een werknemer die heeft geweigerd zijn arbeidsduur te vermeerderen, terwijl zijn werkgever hem een vacante dienstbetrekking heeft aangeboden, gemakkelijker kunnen controleren, of zelfs sanctioneren.

Bijkomende gegevens zullen daarom moeten worden ingevoerd door onze diensten op het ogenblik dat de Aangifte Sociaal Risico (ASR) dient te worden ingediend zodat de werknemer door de RVA wordt uitbetaald. Gelieve ons dan ook te melden of een deeltijdse werknemer, in de loop van de maand, een aanbod voor een voltijdse dienstbetrekking of aanvullende betrekking die overeenstemt met zijn kwalificaties, zou hebben geweigerd. 

5. Sanctie bij niet-naleving van de voorrangsregels: responsabiliseringsbijdrage

De werkgever die de voorrangsregels en zijn verplichtingen ten aanzien van deeltijdse werknemers die een IGU genieten van de RVA niet naleeft, kan gesanctioneerd worden middels een responsabiliseringsbijdrage die elk kwartaal door de RSZ wordt berekend en geïnd.

De responsabiliseringsbijdrage is gelijk aan 25 EUR per maand, voor elke deeltijdse werknemer die effectief een IGU geniet en is verschuldigd gedurende de hele periode tijdens de welke de werkgever niet aan zijn verplichtingen voldoet. De bijdrage zal echter niet verschuldigd zijn ten aanzien van een werknemer die deeltijds wordt tewerkgesteld, maar geen IGU geniet.

Bovendien is de sanctie enkel van toepassing op deeltijdse arbeidsovereenkomsten die een aanvang hebben genomen vanaf 1 januari 2018.

Tot slot zal de werkgever in een aantal gevallen geen responsabiliseringsbijdrage verschuldigd zijn. Bijvoorbeeld, indien hij kan aantonen dat de werknemer niet over de voor de uitoefening van de functie vereiste kwalificaties beschikte of indien de werknemer de voorgestelde functie niet heeft aangenomen.

By Yasmina Benali
Legal Advisor