GEDEELTELIJKE VRIJSTELLING VAN DOORSTORTING VAN BEDRIJFSVOORHEFFING VOOR DE OPLEIDING VAN WERKNEMERS

De programmawet tot opmaak van de begroting voor 2021 voorziet in een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor werkgevers waarvan de werknemers een opleiding volgen die aan bepaalde voorwaarden voldoet. Op deze manier wil de regering de werkgevers aanmoedigen om hun werknemers opleidingen aan te bieden.

  1. Principe en voorwaarden

Sinds 1 januari 2021 kunnen werkgevers genieten van een gedeeltelijke vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing voor :

  • werknemers met ten minste 6 maanden anciënniteit in het bedrijf en
  • die binnen een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen bij hun werkgever een opleiding hebben gevolgd met een minimale duurtijd van 10 dagen. Voor deeltijdse werknemers wordt deze minimale duurtijd verminderd in verhouding tot de voor de betrokken werknemer geldende arbeidsregeling.

Wanneer de werkgever wordt beschouwd als een kleine vennootschap in de zin van het Wetboek van vennootschappen of een natuurlijke persoon is die op overeenkomstige wijze beantwoordt aan dezelfde criteria (hierna KMO genoemd), wordt het minimum aantal opleidingsdagen verlaagd naar 5 en wordt de ononderbroken periode gedurende welke de opleiding moet worden gevolgd, verhoogd naar 75 kalenderdagen.

  1. Betrokken opleidingen

Zowel formele als informele opleidingen komen in aanmerking voor de maatregel. De duur van de informele opleidingen mag echter niet meer bedragen dan 10% van de minimale duur van 10 dagen (of 20% van de minimale duur van 5 dagen voor KMO's).

Bovendien wordt alleen rekening gehouden met de opleidingen die een beroepskost zijn in hoofde van de werkgever. Verder mogen de opleidingen niet reeds verplicht zijn gesteld door een wettelijke of reglementaire bepaling of door een collectieve arbeidsovereenkomst. Hiermee worden onder meer de verplichte opleidingen voor de toegang tot of het behoud van een beroep bedoeld (bv. verplichte voortgezette opleiding voor een stagiair notaris).

De programmawet bepaalt ook dat voor de berekening van de duur van de opleiding één dag opleiding geacht wordt overeen te komen met 7,6 uren opleiding.

Ook is het interessant op te merken dat gebeurtenissen, die de uitvoering van de overeenkomst schorsen (bv. dagen van arbeidsongeschiktheid), de bovengenoemde termijn van 30 (of 75) dagen niet onderbreken, maar wel proportioneel verlengen.

  1. Gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing

Indien aan de bovenvermelde voorwaarden is voldaan, kan de werkgever voor de betrokken werknemer een gedeeltelijke vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing genieten ten belope van 11,75% van de belastbare bezoldigingen van de kalendermaand waarin de opleiding werd voltooid.

De bezoldigingen worden echter slechts in aanmerking genomen ten belope van 3.500 EUR belastbaar per werknemer. Dit plafond, dat niet geïndexeerd wordt, is van toepassing op de voltijds tewerkgestelde werknemer en wordt naar verhouding van de op de betrokken werknemer van toepassing zijnde arbeidsregeling, verminderd.

Bovendien is het aantal ononderbroken periodes van 30 (of 75) kalenderdagen beperkt tot 10 voor dezelfde werknemer bij dezelfde werkgever. Indien aan alle voorwaarden is voldaan, kan dus ten hoogste tienmaal een gedeeltelijke vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing worden toegepast.

  1. Praktische modaliteiten en inwerkingtreding

Als u denkt dat een van uw werknemers een opleiding volgt die aan de bovenvermelde voorwaarden voldoet, nodigen wij u uit contact op te nemen met uw dossierbeheerder om te genieten van een gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing. Uw dossierbeheerder zal, indien nodig, samen met u en de juridische dienst nagaan of aan de voorwaarden is voldaan.

Gelieve te noteren dat hoewel deze maatregel sinds 1 januari 2021 van kracht is, de regels en modaliteiten om aan te tonen dat de voorwaarden om van deze nieuwe vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing te kunnen genieten, zijn vervuld, nog bij koninklijk besluit moeten worden vastgesteld.

By Yasmina Benali
Legal Advisor