WETSONTWERP - ARBEID

Op 3 februari 2026 heeft de regering het wetsontwerp houdende diverse arbeidsbepalingen ingediend in het parlement. Dit wetsontwerp heeft tot doel het regeerakkoord inzake de modernisering van het arbeidsrecht uit te voeren. De wijzigingen zouden, in principe, op 1 april 2026 in werking moeten treden.

In deze news vindt u een bespreking van de verschillende maatregelen. Gelieve echter te noteren dat deze maatregelen nog niet definitief zijn en nog kunnen worden gewijzigd.  

  1. Versoepelingen op het vlak van de arbeidsreglementen

Vandaag moet het arbeidsreglement alle voltijdse uurroosters die in de onderneming worden toegepast afzonderlijk vermelden. Ook alle vaste deeltijdse uurroosters (bijvoorbeeld van maandag tot donderdag van 11u tot 19u met een pauze van 30 minuten) die niet volledig inpasbaar zijn in het (voltijds) uurrooster dat is opgenomen in het arbeidsreglement, moeten afzonderlijk worden vermeld.

Het wetsontwerp voorziet voortaan in een versoepeling. Naast de opname van de afzonderlijke uurroosters, zal het meer bepaald mogelijk zijn om een algemeen kader van de gewone arbeidstijd vast te leggen.

Dit kader moet de reële prestaties binnen de onderneming weerspiegelen en een aantal verplichte elementen bevatten, namelijk:

  • de dagen van de week waarop arbeidsprestaties kunnen worden verricht;
  • de dagelijkse periode tijdens dewelke arbeidsprestaties kunnen worden verricht;
  • de minimale en maximale dagelijkse arbeidsduur;
  • de normale en maximale wekelijkse arbeidsduur.

Wanneer in het arbeidsreglement een dergelijk kader van de gewone arbeidstijd is opgenomen, kunnen de werkgever en werknemer in onderling akkoord vrij een voltijds of vast deeltijds uurrooster overeenkomen dat zich volledig binnen dit kader situeert en zal het niet meer vereist zijn dat dit uurrooster ook nog individueel wordt opgenomen in het arbeidsreglement

Vaste deeltijdse werkroosters die zich niet volledig situeren binnen een (voltijds) uurrooster of binnen het kader, moeten echter nog afzonderlijk in het arbeidsreglement worden opgenomen. Deeltijdse variabele uurroosters moeten altijd het voorwerp uitmaken van een tijdskader in het arbeidsreglement.

Verder voorziet het wetsontwerp in een versoepeling op het vlak van de overlegprocedure tot wijziging van het arbeidsreglement voor wijzigingen van het arbeidsreglement die betrekking hebben op de uitbreiding van het vastgestelde kader van de gewone arbeidstijd of de invoering van een nieuw uurrooster.

  1. Wijziging van de minimale wekelijkse arbeidsduur

Op dit moment moet de wekelijkse arbeidsduur minimaal 1/3de bedragen van de wekelijkse arbeidsduur van een voltijdse werknemer – wat overeenkomt met 12u30 per week in de sector van het notariaat.

Het wetsontwerp wil de minimale arbeidsduur verlagen naar 1/10de van de wekelijkse arbeidsduur van een voltijdse werknemer. Vanaf 1 april 2026 zullen de werknemers tewerkgesteld in de sector van het notariaat dus minstens 3,75u per week moeten presteren.

  1. Nachtarbeid

Het wetsontwerp wil het algemene verbod op nachtarbeid opheffen. De huidige grens van nachtarbeid tussen 20.00 uur en 6.00 uur zal echter behouden blijven en er zal enkel een specifieke grens tussen 23.00 uur en 6.00 uur gelden voor ondernemingen in de e-commerce sector.

Daarnaast moet u weten dat tal van regels nachtarbeid blijven omkaderen, ondanks de afschaffing van het algemene verbod.

  1. Beperking van de maximale duur van de opzeggingstermijn

Voor arbeidsovereenkomsten die aanvangen vanaf 1 april 2026 zal de duur van de opzeggingstermijn beperkt worden tot 52 weken. De maatregel zal dus pas effect hebben in 2043 voor werknemers die sinds 1 april 2026 bij dezelfde werkgever blijven.

Voor werknemers die momenteel al in dienst zijn, is deze plafonnering niet van toepassing.

  1. Uitzendarbeid

Momenteel moet een kandidaat-uitzendkracht, vooraleer hij arbeidsprestaties verricht voor een uitzendbureau bij een gebruiker en voordat de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid een aanvang neemt, een “intentieverklaring” ondertekenen. Via deze intentieverklaring bevestigen het uitzendbureau en de kandidaat-uitzendkracht de bedoeling om één of meerdere arbeidsovereenkomsten voor uitzendarbeid te sluiten.

Het wetsontwerp wil de verplichting tot het opstellen van deze intentieverklaring afschaffen.

  1. Verplichte elektronische neerlegging cao nr. 90

Het wetsontwerp wil de werkgevers die een CAO 90-bonusplan (niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen) willen invoeren, verplichten om, indien het toekenningplan kan worden ingediend via toetredingsakte, deze toetredingsakte neer te leggen via elektronische weg (www.bonusplannen.be).

***

Indien u bijkomende vragen heeft over deze news, aarzel dan niet om contact op te nemen met onze juridische dienst via het e-mailadres legal@ssn.be.

 

By Lindsay Barbera
Legal Advisor